Lees ook mijn laatste blog: Referenties
zet je in beweging!
    Samenwerkingen    Contact

Sporter met innerlijk conflict


 

 

 
Hoe kan het dat ik aan de ene kant overtuigt ben dat ik iets kan maar als het zover is ik aan mijzelf twijfel?

Yorrick is een getalenteerde sporter van 19 jaar. Hij traint bijna dagelijks en speelt op hoog niveau. Dit seizoen traint hij ook met een team mee dat in een hogere leeftijdsklasse valt. Hij mocht zelfs al een paar keer mee doen met een wedstrijd. Alhoewel Yorrick prima met de oudere groep mee kan, merkt hij dat er iets in hem is wat er voor zorgt dat hij niet goed speelt, hij speelt dan heel behouden. Yorrick wil graag weten wat hij er aan kan doen.

Innerlijk conflict

Yorrick  heeft een innerlijk conflict. Het ene deel van hem vindt dat hij prima kan mee doen in het team en het andere deel houdt hem tegen. Iedereen heeft wel eens een innerlijk conflict, bijvoorbeeld je wil graag dat chocolaatje bij de koffie maar ook afvallen. Innerlijke conflicten hebben altijd iets gemeenschappelijk. Het hoeft ook geen probleem te zijn maar als er, zoals bij Yorrick, veel spanning ontstaat is het fijn om het gemeenschappelijke doel van het innerlijke conflict te onderzoeken.

Rood en groen

Ik heb Yorrick zich laten inbeelden dat hij langs de kant van het veld staat. Vlak voor hij als wissel ingezet wordt. Links is zijn negatieve kant en het positieve deel rechts. Hij gaf de delen de kleur rood (links) en groen (rechts). Hij vertelt wat hij voelt: ‘het rode deel zegt voorzichtig, geen fouten maken en het groene zegt je kan het, ga ervoor’. Bij het team waar hij altijd speelt, was er alleen het groene deel maar bij het oudere team kwam juist rood naar voren.

Positieve intentie

Aan het negatieve deel stelde ik allerlei vragen. Het doel is om er achter te komen wat de positieve intentie van het rode deel was. Yorrick realiseert zich dat het deel dat hem tegenhoudt, dat doet om hem te beschermen voor fouten. Dit deel heeft eigenlijk een positieve intentie maar het verhindert Yorrick wel om een goede wedstrijd te spelen. Aan het positieve deel is hetzelfde gevraagd. Die kant liet zich niet tegenhouden en gaat er vanuit dat Yorrick is meegevraagd omdat de coach vertrouwen in hem heeft. Door te vragen wat er niet gebeurt als hij niet beschermt wordt voor fouten maken, antwoordt Yorrick dat hij zich dan niet verschuilt op het veld en dat hij dan niet foutloos speelt maar wel een nuttige deelnemer is in zijn team.

Uiteindelijk kwam Yorrick tot de conclusie dat beide delen in hem het beste met hem voor hebben en willen dat hij weinig fouten maakt en goed speelt. Hij komt er achter dat hij niet beschermt hoeft te worden, fouten maken mag.

Kindertijd

Verder blijkt dat Yorrick van kinds af aan het gevoel heeft gehad dat hij niet mag ‘mislukken’. Bij zijn oudere broer is een en ander niet vlekkeloos gelopen en Yorrick heeft onder andere daardoor gedacht dat hij alles goed moet doen.

Sporten met zeflvertrouwen

Tot slot heeft Yorrick zich weer ingebeeld dat hij langs het veld als wissel stond, hij voelde nu vooral het groene deel, hij weet dat hij zich niet hoeft te beschermen tegen fouten maken.

Een paar weken later appte Yorrick met de mededeling dat hij veel beter had gespeeld, nog niet zo goed als in zijn gewone team, maar wel met veel meer lef.   

 

Terug

 

Heleen Schmeinck